De expert. De specialist. De vakman. Hoe je het ook noemen wilt: het gaat stuk voor stuk om vakbekwame mensen die ‘ergens’ in gespecialiseerd zijn. Mensen die exact weten ‘hoe iets moet’ en ‘hoe iets werkt’. Ze bezitten waardevolle kennis. Scientia Potentia Est. Een eeuwenoude uitspraak in het Latijn van Francis Bacon (1597). De zin betekent in het Nederlands ‘Kennis is macht’.

Ondernemers concurreren met elkaar om de klant, om omzet. Maar is het eigenlijk altijd wel ‘wij’ tegen ‘hen’ of is het mogelijk elkaar juist verder te helpen? En wanneer is iemand eigenlijk je concurrent? Te vaak spreek ik ondernemers die niet hun plannen of hun ideeën durven te delen. Met mij of met anderen. Omdat ze bang zijn dat ‘de concurrent’ er dan mee vandoor gaat. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten? Ben jij er zelf wel eens vandoor gegaan met een idee van een ander?

Misschien wel, maar ik acht de kans eigenlijk niet zo groot. Ondernemers vinden het namelijk leuk om zelf dingen te bedenken. Natuurlijk kun je je laten inspireren door anderen, daar is niets mis mee. Sterker nog, ik vind het juist leuk wanneer collega-ondernemers aangeven dat ik ze heb geïnspireerd. Dat maakt mij trots en op hun beurt inspireren zij mij meestal ook.

Het is mij slechts eenmaal overkomen dat ik echt ‘gekopieerd’ werd. Dat voelde niet goed. Het voelde als diefstal. Uiteindelijk zag ik dat de persoon in kwestie niet de draai eraan kon geven die ìk eraan gaf, en ze liet het idee weer varen. Logisch eigenlijk, want als je iets klakkeloos kopieert, doorziet een klant dat. Het is niet ‘eigen’. Bovenstaand voorval heeft mij er in elk geval nooit van weerhouden mijn kennis en ideeën te delen en te bespreken van anderen.

De afgelopen weken heb ik ondernemen een beetje vergeleken met een potje schaak. Maar met schaken heb je wel degelijk te maken met een concurrent en is het echt de bedoeling dat je probeert te winnen door je tegenstander te laten verliezen. Hoe meer stukken je van je tegenstander van het bord veegt, hoe beter het is. Bij ondernemen is dat niet zo zwart – wit. Er kunnen momenten zijn, dat je misschien juist wilt samenwerken met je concurrent om je omzet te verhogen.Bijvoorbeeld om samen een grotere klus binnen te halen, die je als ‘kleine zelfstandige’ niet alleen kan trekken.

In de bouw is dit heel gebruikelijk. Als een timmerman een flinke klus krijgt, schakelt hij een van zijn concullega’s in om hem te helpen. Hij weet dat er werk genoeg is voor twee en – belangrijker – hij weet ook dat zijn concullega hem zal inschakelen als hij of zij een flinke klus heeft. Je vergroot door deze vorm van samenwerken je slagkracht en je flexibiliteit. Het geheel is groter dan de som der delen.

Hoe zou je dit kunnen vertalen naar jouw branche? Naar jouw tak van sport? Breng eens in kaart wie jouw grootste concurrenten zijn en stel je eens voor dat je met hen MOET samenwerken voor een klus. Wat voor een klus zou dat dan zijn? Misschien moet je je acquisitie eens op zo’n klus richten…

Wie durft…?

 

 

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search